Verslag marathon Amsterdam

zondag 15 oktober staat al heel lang in mijn agenda. Direct na de marathon van Rotterdam van afgelopen april, heb ik mijn zinnen gezet op deze najaarsmarathon. Even getwijfeld tussen Amsterdam en Eindhoven, maar aangezien die laatste twee rondjes van een halve heeft, besloot ik voor Amsterdam te kiezen.

Tegen de verwachting in is het half oktober niet regenachtig en guur, maar zomers warm: 21 graden en volop zon! Oeps…had ik even niet op gerekend, maar ach…beter zo dan in de kou en regen lopen. In de afgelopen maanden heb ik flink getraind en ik ben ervan overtuigd dat die 4-uursgrens beslecht zal worden. De vraag is met hoeveel en ik merk dat ik toch wel teleurgesteld zou zijn als het rond de 3:59 zou zijn. Inzet is 3:45.

De laatste voorbereidingen gaan goed; mijn buurman loopt ook mee (zijn eerste) en haalt op zaterdag al de startnummers voor ons op. Scheelt ‘s morgens op de wedstrijddag altijd gestress.
In tegenstelling tot de wedstrijd in Rotterdam, ga ik nu met de auto in plaats van de trein. Ik wil er op tijd zijn en mijn vrouw en kinderen gaan ook mee om aan te moedigen. Zodoende hoef ik ook niet zelf terug te rijden. Om 8:00 uur staan we geparkeerd en al bij de RAI en zoek ik mijn weg richting het Olympisch Stadion, twee metrohaltes verderop. Laatste boterhammen naar binnen, wat drinken en de tas afgeven bij de organisatie.

Om 9:00 uur loop ik met mijn buurman het stadion binnen en ik krijg een brok in mijn keel: het gaat nu echt gebeuren! Hier heb ik afgelopen maanden voor getraind. Hiervoor heb ik 700 km’s gelopen. We zoeken ons startvak op (oranje) en gaan op in de positieve vibe die in het stadion hangt. Stipt half tien klinkt het startschot en niet veel later passeer ik ook de startlijn; the game is on.

Mijn racestrategie bestaat uit de eerste drie, vier kilometers rustig aan (5:30 min/km), dan in een tempo van 5:16 min/km komen en dat zo lang mogelijk volhouden. Ik calculeer verval in vanaf 30/35 km en hopelijk heb ik dan nog genoeg speling om uiteindelijk op 3:45 uit te komen.

Zoals gezegd, het weer is fantastisch. Ik heb helemaal geen last van de warmte en ook het ‘gevreesde’ stuk langs de Amstel hindert me niet. In tegendeel; dat vind ik eigenlijk het mooiste stuk van de route. De landelijke omgeving doet me denken aan de vrijheid en natuurschoon waarin ik zelf altijd train. Die betonnen kantoorkolossen kunnen me gestolen worden.

Het loopt lekker. Zo lekker, dat ik langs de Amstel begin te dromen over een tijd van onder de 3:40. Het zal blijken dat het luchtfietserij (luchtloperij?) is, want vanaf het 30-km punt zie ik mijn tussentijden iets oplopen. Geen nood; ik heb nog genoeg speling voor mijn oorspronkelijke doel. Het stuk tussen 34 en 39 km loopt langs de buitenste grachten van Amsterdam en is langer dan ik zou willen. Eindelijk bereik ik de ingang van het Vondelpark en weet ik dat het einde in zicht is. Nog 3 km te gaan. Even doorbijten nog.

Op kilometerpunt 40 tikt mijn buurman me op m’n schouder: “hoe gaat het?”
“Nou, wat denk je? Vrij beroerd natuurlijk!” Hij loopt me voorbij en ik kan hem niet meer inhalen.

De laatste meters….

De laatste twee kilometers richting het Olympisch Stadion gaan zwaar, maar ik weiger te wandelen. Met een heel voldaan gevoel kom ik op 3:48:25 over de streep. Net als de vorige marathon heb ik na de finish bijna een uur nodig om bij te komen.

Eenmaal in de auto terug naar huis lees ik de Whatsapp-berichtjes van mijn loopmaatjes. Blijkbaar hebben ze me virtueel gevolgd en meegeleefd, dus ik stuur de nodige bedankjes terug.

Moe, maar voldaan ben ik vanaf vandaag in het bezit van een nieuw persoonlijk record!